Werkelijke innovatie presenteert zich nooit in een boekje

Dat kunstenaars zich graag laten inspireren door technologie, is inmiddels een bekend gegeven. Een festival als GOGBOT in Enschede trekt jaarlijks al meer dan een decennium vele tienduizenden bezoekers met uiteenlopende, opvallende creaties, die gebruikmaken van allerlei elektro- en informatietechniek. Maar dat de wisselwerking ook omgekeerd effect kan hebben, is binnen onze branche nog niet in alle geledingen doorgedrongen.

Dat kunstenaars zich graag laten inspireren door technologie, is inmiddels een bekend gegeven. Een festival als gogbot in Enschede trekt jaarlijks al meer dan een decennium vele tienduizenden bezoekers met uiteenlopende, opvallende creaties, die gebruikmaken van allerlei elektro- en informatietechniek. Maar dat de wisselwerking ook omgekeerd effect kan hebben, is binnen onze branche nog niet in alle geledingen doorgedrongen.


Martijn Aslander doet zijn beste ideeën op als deze zich op het snijvlak van kunst, techniek en innovatie bevinden en weet daarmee tal van organisaties te inspireren hun bestaande bedrijfsprocessen te herzien of met werkelijk andere nieuwe producten of diensten te komen. De keynote spreker van het laatste KIEN Innovatiecongres brengt kunstenaars, wetenschappers en technologie experts samen in de mede door hem gestarte ‘community hub’ Permanent Beta. Als deze mensen de koppen bij elkaar steken, ontstaan de meest spannende ideeën voor het progressief veranderen van de maatschappij. De bijeenkomsten van deze open vergaderclub werken als een trein. Vanuit Amersfoort spreidt de beweging zich als een olievlek uit over Nederland en worden aan gewaagde concepten handen en voeten gegeven.


Prikkelende oneliners

In Utrecht maakten we kennis met gevleugelde uitspraken als “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan” van Pippi Langkous, waarvan ook Martijn Aslander zich als fervent voorstander bedient. Een Aslander-quote die de installatiebranche zich ook zeker in de oren mag knopen is “Blijvende oplossingen bestaan niet!”. Niets zal altijd hetzelfde blijven en niets mag als vanzelfsprekend worden gezien. Ik weet zeker dat u ook in uw bedrijf en bij uw klanten afgelopen jaren tal van veranderingen hebt meegemaakt, maar heeft dat in uw organisatie ook al tot innovaties geleid?


Inherent aan innovatie is falen. “Ik ga liever op mijn bek, dan dat ik me zorgen maak”, is een andere quote die op het KIEN-congres in DeFabrique bij mij bleef hangen. Aslander gaf diverse voorbeelden van zijn eigen falen in het verleden als ondernemer, maar stipte daarbij terecht aan dat hij iedere keer wel een aantal belangrijke lessen leerde, om het de volgende keer anders en beter te gaan doen. Zo is het ook voor innovatie in onze branche. Niemand heeft alle kennis in huis om precies te voorspellen waar ontwikkelingen als fotonica en het Internet of Things toe leiden, maar dat ze een impact gaan hebben, is evident. Zoals de sprekers tijdens de break-out sessies in Utrecht lieten zien, zijn er al vele bedrijven buiten de installatiebranche die toepassingen ontwikkelen. Het duurt niet lang meer voordat ook wij niet meer om deze baanbrekende technologieën heen kunnen.


Mislukte pogingen zijn onderdeel van het proces

Mijn overtuiging is dat als ondernemers de volgende stap in de ontwikkeling willen zetten, ze niet alleen nog beter met elkaar samen moeten werken en over innovatie moeten praten, maar ook met elkaar het daadwerkelijk moeten gaan doen. Als het eerste, tweede en derde initiatief faalt, dan is dat niet erg. Samen kun je het risico van een mislukt project beter dragen dan in je eentje. Het gaat er om dat je ervan leert en daarmee de kansen op een voltreffer elke volgende keer vergroot.


Maar wat we zeker niet moeten vergeten is dat juist techniek niet altijd techniek moet blijven. Net als kunst drijft installatie namelijk op creativiteit en dus kunnen we leren van kunst. Dat doen we nu al bijvoorbeeld bij Muziek op de Dommel, een festival met klassieke muziek waarbij de energie die de Dommel oplevert met kunstinstallaties voor het oog en oor van de bezoeker wordt verbeeld en verklankt, om daarmee het duurzame karakter van het evenement te illustreren. Met KIEN zijn we daar vorig jaar begonnen om van stinkende dieselaggregaten af te komen, hebben we dit jaar de nodige stappen gezet en willen we volgend jaar laten zien dat de energie voor een heel festival duurzaam opgewekt kan worden. Dit levert een razend interessant concept op, wat ook andere festivals kunnen gebruiken.


Durf buiten gebaande wegen te denken en te doen

Een goed opstappunt om tot echte innovaties te komen, is door niet langer enkel in bouten, moeren, draden en schakelaars te denken, maar door alle zintuigen te focussen op de stiekeme wens of het achterliggende probleem van de klant. Dat heeft een bedrijf als BP enorm goed gedaan, door tanken niet alleen een ervaring van benzine overhevelen en daarvoor afrekenen te laten zijn, maar ook een winkelervaring, door in te haken op de ‘AH to go’ formule. Door op zowel de juiste plaats als het juiste moment in te spelen op de wensen van de klant, betalen bezoekers met liefde vijf euro voor een broodje; iets wat in een reguliere supermarkt ondenkbaar is, maar wat menig automobilist met trek niets uitmaakt.


Wat kun jij gaan doen om beter in te spelen op de klant? Kun je beter aan zijn behoeften tegemoet komen als je gaat samenwerken met andere installateurs of bedrijven die misschien iets heel anders doen? En als je daar dan een vleugje nieuwe techniek of het denken in services aan toevoegt, wat is er dan mogelijk? Laat je inspireren en onderzoek met elkaar mogelijke verbanden en nieuwe toepassingen. Ik ben ervan overtuigd dat juist de midden in de maatschappij staande installatiebranche dan verdraaid mooie dingen gaat laten zien.