Innovaties TU/e lossen echte maatschappelijke problemen op

Hoe kunnen universiteit en bedrijfsleven beter samenwerken zodat innovaties ook daadwerkelijk de markt bereiken? Die vraag stond centraal tijdens de conferentie ‘Where science meets business’ in het auditorium van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) op 24 september. Stichting KIEN speelt hierin een belangrijke rol, licht directeur Adrie van Duijne in zijn presentatie toe. “Wij leggen vragen van klanten bij de universiteit neer. Studenten van TU/e SURE Innovation gaan op zoek naar een oplossing voor een daadwerkelijk probleem. En vervolgens pakken we dat samen met de installateurs op.”

Eén van de voorbeelden die Van Duijne noemt tijdens zijn presentatie is de casus van agrariërs. Die kloppen bij Stichting KIEN aan omdat ze op zoek zijn naar een nieuw verdienmodel. “Ze willen bijvoorbeeld in plaats van varkensboer, energieleverancier worden. Daar komt veel bij kijken op het gebied van elektriciteitsnetwerken en energielevering. En juist daar liggen veel kansen voor de installatiesector.” Naast de casus van de agrariërs zijn er volgens Van Duijne tal van maatschappelijke vraagstukken waarin e-installateurs een rol kunnen spelen. “Maar dan moeten ze wel verder en groter denken dan aan alleen hun dagelijks werk. Het betekent niet alleen in actie komen wanneer de markt dat vraagt, maar ook zelf actief inspelen op de actualiteit.”


Knopen

Installateurs kunnen de hulp van TU/e-studenten daarbij goed gebruiken, denkt Van Duijne. “Studenten weten welke technieken op doorbreken staan en kunnen installateurs daarover adviseren en helpen ermee aan de slag te gaan.” KIEN en de TU/e knopen de kennis van de studenten aan de vraag van klanten en ondernemers in SURE Innovation. Ondernemers uit de installatiebranche kunnen hun praktische vragen op het gebied van energie en duurzaamheid indienen bij de vragenbank. De klant moet daarbij in de visie van Van Duijne centraal staan. In het geval van de 0-energie innovatiereis zijn dat bijvoorbeeld energiecoöperaties. Van Duijne: “350 energiecoöperaties die zelf energie op willen wekken, dat zijn onze nieuwe klanten.”


Smart Cities

Uit de verhalen van de andere sprekers op de conferentie ‘Where science meets business’ komen gelijksoortige verhalen naar voren. Het motto van de TU/e is niet voor niets ‘Where innovation starts’. Maar de wetenschappers weten ook dat die innovaties weinig voorstellen als ze niet op de markt gebracht worden. Om die reden brengen de wetenschappers van de TU/e innovaties naar de stad in het project Smart Cities. Op Strijps-S, een voormalig bedrijventerrein van 27 hectare nabij het centrum van Eindhoven, worden living labs ingericht om te experimenteren met smart parking, smart lighting en smart offices, vertelt de decaan van de faculteit Bouwkunde Elphi Nelissen. “Binnen de TU/e waren verschillende onderzoeksgroepen bezig steden slimmer te maken. Maar ze wisten niet van elkaar wat ze deden. Daarom hebben we binnen de TU/e Smart Cities opgezet. Daarin matchen we de interne onderzoeksbehoefte van de universiteit aan de externe onderzoeksbehoefte van bedrijven, burgers en overheden.”


Energieprobleem

Ook in de presentatie van Richard van der Sanden, directeur van onderzoeksinstituut Differ, spelen maatschappelijke vraagstukken een belangrijke rol. In een nieuw gebouw op de TU/e-campus werkt hij samen met studenten, onderzoekers en bedrijven aan oplossingen voor het energieprobleem. Hij opent de netwerkbijeenkomst van Campus Industry Connection (CIC) over Solartechnologie binnen de conferentie. Hoewel zonne-energie de komende decennia een belangrijke rol gaat spelen, is het volgens hem niet de oplossing voor het energieprobleem. Daarom werkt hij met zijn team aan kernfusie en solar fuels. “We kunnen kernfusie laten slagen, daar ben ik van overtuigd. Maar kunnen we er ook een reactor voor bouwen?“, vraagt Van der Sanden zich af. Om dit onderzoek dichter naar de maatschappij te brengen is Differ onlangs verhuisd van een landgoed in Nieuwegein naar de TU/e-campus, om zo meer verbonden te zijn met de universiteit en de bedrijven die opereren op het scharnierpunt tussen wetenschap en bedrijvigheid.


Process mining

Wil van der Aalst is de meest geciteerde computerwetenschapper ter wereld en laat in zijn presentatie tijdens ‘Where science meets business’ zien wat je allemaal kunt met data en process mining. “Het toont het verschil aan tussen model en werkelijkheid en waarom, wanneer en door wie de afwijkingen veroorzaakt worden”, legt hij uit. Met de data die ze zelf verzamelen kunnen organisaties volgens Van der Aalst grote stappen maken in hun bedrijfsvoering. “En het mooie is dat wij de software ervoor gratis beschikbaar stellen. Bedrijven kunnen er dus morgen al mee aan de slag.”


Exposure

Een ander mooi voorbeeld waar studenten en bedrijven elkaar vinden is STORM. Dit studententeam bouwt een volledig elektrische motorfiets waarmee ze in 2016 willen deelnemen aan de 80 Day Race. Het team werkt samen met het bedrijf Smeshgear dat een transmissie heeft ontwikkeld voor elektrische voertuigen. Leon Lauwers van Smeshgear vertelt tijdens de presentatie van STORM dat de samenwerking hem geen windeieren legt: “Het levert me veel op als die motor straks in 80 dagen de wereld over gaat. Het bewijst dat Smesh werkt en het brengt veel exposure met zich mee.”