Fotonica: een gat in de markt voor de e-installateur

E-installateurs die met hun tijd meewillen gaan, kunnen met fotonica hun voorsprong in de markt behouden. De cijfers spreken voor zich en de kennis is er: geïntegreerde fotonica heeft alles in zich om hét nieuwe exportproduct van Nederland te worden. Hoogleraar en CEO van Photon Delta Ton Backx: “De technologie moet betrouwbaar en robuust worden. Installatiebedrijven hebben hier goud in handen, zeker als zij nu samen met fabrikanten consumentgerichte concepten ontwikkelen en vermarkten.”

E-installateurs die met hun tijd meewillen gaan, kunnen met fotonica hun voorsprong in de markt behouden. De cijfers spreken voor zich en de kennis is er: geïntegreerde fotonica heeft alles in zich om hét nieuwe exportproduct van Nederland te worden. Hoogleraar en CEO van Photon Delta Ton Backx: “De technologie moet betrouwbaar en robuust worden. Installatiebedrijven hebben hier goud in handen, zeker als zij nu samen met fabrikanten consumentgerichte concepten ontwikkelen en vermarkten.”

 

Het onderzoek naar geïntegreerde fotonica is niet nieuw. Op Nederlandse bodem wordt er al sinds de jaren ‘70 meer geëxperimenteerd. Backx: “Het is begonnen met onderzoeken van Philips naar laser.” Het bekendste voorbeeld hebben we allemaal in huis gehad: de cd. “In de jaren ‘80 en ‘90 werd er meer en meer in het onderzoek geïnvesteerd”, legt Backx uit, “Inmiddels is dat bedrag opgelopen tot een half miljard en hebben we een kennisvoorsprong. Die houden we wel, maar nu moeten we de markt er ook voor wakker maken.”

 

 

 

Lees ook het verslag van de lezing van Ton Backx terug: Fotonica biedt kansen op een presenteerblaadje aan

 

Fotonica is nodig. De huidige datatechnologie die nog grotendeels gebaseerd is op elektronen loopt tegen haar grenzen aan. “Kijk bijvoorbeeld naar de energiesector”, legt Backx uit, “Die zit op dit moment in een overgang van centraal geregeld naar decentrale duurzame energie: zon en wind. Van volledige controle naar een zekere afhankelijkheid dus.” En die afhankelijkheid brengt uitdagingen met zich mee.

 

Base loads en swing units

Backx vervolgt: “Tot voor kort werd heel onze energievoorziening geregeld door centrale units, de base loads. Die zorgen voor een bijna constante stroom. Ze draaien tien jaar lang permanent op 65 procent rendement per jaar en hoeven daarna pas een keertje onderhouden te worden. Maar met steeds meer duurzame energie moeten we een steeds groter beroep doen op swing units; centrales die pas aan gaan wanneer duurzame bronnen tekort schieten.”

 

Belangrijk is dat die centrales wel direct aan springen, als het nodig is. Backx: “We monitoren de frequentie in de stroomvoorziening heel nauwkeurig. Daalt de frequentie in de wisselstroom van 50 naar 49,9 Hertz, dan hebben we een tekort en dan komen we in actie. Maar dat werkt niet meer zo. We hebben nu ook namelijk te maken met pieken in de stroomvoorziening. Dus centrales moeten ook veel sneller weer uitgezet kunnen worden. Om dat te kunnen monitoren, hebben we geïntegreerde fotonica nodig.” Data via licht gaat namelijk veel sneller dan data via elektronen. “We hebben het dan niet meer over milliseconden, maar over nanoseconden”, aldus Backx. Netwerken kunnen daarmee zo goed als vertragingsvrij worden.

 

Voordelen tot in de haarvaten van ons netwerk

Daarnaast kent fotonica nog een hoop andere voordelen. Zo is het fors energiezuiniger. “Bij koperkabels moet je om de ongeveer 300 meter het signaal versterken. Bij glasvezel is dat om de 100 kilometer”, vergelijkt Backx, “Ook zijn fotonen veel minder omgevingsgevoelig, omdat de lichtfrequenties veel hoger zijn.” En dat voordeel houdt niet op bij de glasvezelkabels die op dit moment de snelwegen van ons datanetwerken vormen. Ook in datacenters; tot in de haarvaten van dit netwerk zijn deze voordelen te behalen.

 

Lees ook: De kansen die fotonica biedt

 

“We moeten echter wel blijven investeren”, aldus Backx, “De eerste demonstrators hebben we. Wat we nu nodig hebben zijn zes of zeven technology development centers, een soort proeftuin van bedrijven die een project met elkaar aangaan. Denk bijvoorbeeld aan een smart grid met een groot aantal aansluitingen, in de honderdduizenden.” Naast geld gaat het dus om infra, bedrijvigheid en, niet te vergeten, de mensen. Backx: “Overheden, kennisinsitituten en bedrijven moeten samen optrekken.” KIEN speelt wat Backx betreft een belangrijke rol in dat proces: “De inspiratietafels die KIEN organiseert, kennen verschillende niveaus. Van hoogleraren tot de installatiebedrijven die uiteindelijk de technologie toegepast krijgen. Want zo krijg je de techniek betrouwbaar en robuust.”

 

Backx hoopt dan ook dat deelnemers tijdens de komende serie KIEN-inspiratietafels stappen durven zetten: “Sommige bedrijven kijken een beetje de kat uit de boom. Maar je moet door een vertrouwensproces heen om nieuwe technologie tot een succes te maken, juist voor de markt.”

 

Meer weten over de Inspiratietafel? Klik hier!