Draai aan de knoppen voor langer gelukkig thuis

De WMO 2015 is door de Eerste Kamer. Daarmee is de nieuwe WMO een feit. Minder overheid, meer burger. Het klinkt als een sprookje, maar ik geloof dat dit in essentie kan. Hoe? Door gebruik te maken van technologische ontwikkelingen die reeds lang zijn ingeburgerd. Met als doel het realiseren van meer kwaliteit van leven en meer regelvermogen voor kwetsbare doelgroepen.

De WMO 2015 is door de Eerste Kamer. Daarmee is de nieuwe WMO een feit. Een historisch moment in het versterken van de eigen regie en het regelvermogen van individuen. Minder overheid, meer burger. Want de inzet is om dankzij meer eigen kracht en lokaal maatwerk, fors minder maatschappelijke kosten te maken en tegelijkertijd een hoger geluks-en gezondheidsniveau te realiseren. Het klinkt als een sprookje, maar ik geloof dat dit in essentie kan. Hoe? Door gebruik te maken van technologische ontwikkelingen die reeds lang zijn ingeburgerd. Met als doel het realiseren van meer kwaliteit van leven en meer regelvermogen voor kwetsbare doelgroepen.



Het gebruik van technologische hulpmiddelen vindt al volop plaats. Veel gemeenten hebben wel een of meer van de veelvoud aan middelen ingezet: zoals slimme apps, goede personenalarmering en platforms voor (beeld)communicatie en digitale spreekuren. De inzet van (innovatieve) hulpmiddelen is reeds lang ingeburgerd. Gek genoeg alleen niet vanuit een overkoepelende visie. Dit mist. Zowel waar het gaat om de inzet van reeds ingeburgerde technieken maar ook mist visie op de toepassing van meer innovatieve middelen.



Dat is jammer. Want een gestructureerde inzet van technologie maakt het mogelijk om maatschappelijke ondersteuning doelmatiger én kosteneffectieverte organiseren. Wat bovenal leidt tot meer waarde voor het individu.



Dit artikel gaat over de achtergrond waarom júisttechnologie zo goed aansluit bij de huidige opgave. En op welke manier technologie een gestructureerd onderdeel zou kunnen zijn van uw WMO 2015.



Wijziging in de WMO

Even terug naar het begin.. Waar ging het ook al weer allemaal over? De WMO staat voor ‘wet maatschappelijke ondersteuning’. Deze wet regelt het kader waarbinnen gemeenten regels kunnen ontwikkelen waarmee zij zorgen dat kwetsbare personen worden ondersteund. Daarbij gaat het om ondersteuning hun zelfredzaamheid en in hun maatschappelijke participatie. Wat vernieuwend aan de nieuwe WMO is, is dat het de verantwoordelijkheid voor gezondheid en welzijn weer teruglegt waar deze primair hoort: bij het individu. De laatste decennia is deze verantwoordelijkheid steeds meer komen te liggen bij instituties. Met alle nadelen van dien, denk aan: kosten, bureaucratisering, creëren van onnodig aanbod en onnodige vraag. Maar bovenal met het ontnemen van een stuk eigen verantwoording en eigen regelvermogen. In het beperkten van de overheidstaken is deze nieuwe WMO dan ook een historisch moment.



De argumenten voor deze transitie zijn dan ook niet enkel van financiële aard. Alhoewel dat zeker een grote rol speelt, is ook om andere redenen deze transformatie goed nieuws. Want de wet gaat uit van ‘eigen kracht’ en het zo lang mogelijk wonen in de eigen, niet geïnstitutionaliseerde leefomgeving. Dit sluit aan bij de maatschappelijke behoefte: een meerderheid van de mensen blijft het liefst zo lang mogelijk in de eigen omgeving en houdt daarbij bij voorkeur zélf de regie. In het kielzog van ‘meer verantwoordelijkheid’ komt ‘meer zeggenschap’ automatisch mee en dat is veel mensen een lief ding.



Wat betekent deze verandering?

In die transitie worden lokale overheid en haar professionele partners dienstbaar aan het eigen regelvermogen van burgers en hun netwerk. Hun taak zal verschuiven naar het aanbieden van een sociale infrastructuur die het individuen mogelijk maakt om hun gezondheid, sociale netwerk, zelfredzaamheid en mobiliteit op peil te houden. Dát is de essentie van de nieuwe WMO waar het gaat om langer zelfstandig thuis wonen. Hiermee wordt het voor lokale overheden de opdracht om primair de eigen kracht en het informele netwerk aan te spreken in het op peil houden van de gezondheid, zelfredzaamheid en participatie. Aanvullend wordt gesteld dat het wenselijk is dat de overheid zorg draagt voor het aanbieden van algemene voorzieningen. Tenslotte waar eigen kracht, netwerk en algemene voorzieningen, ontoereikend zijn, is het de taak van de overheid om te zorgen voor adequate maatwerk voorzieningen. Aldus de concept wettekst van de nieuwe WMO.



Wat betekent dat concreet?

De wet is niet limitatief over wat deze ‘voorzieningen’ zijn. Het kan dus zijn ‘een helpende hand’, maar evengoed ‘een bouwkundige aanpassing’ of ‘een ergonomisch hulpmiddel’, ‘een leefstijltraining’ of een ‘installatietechnisch hulpmiddel’. Ook de algemene voorzieningen zijn niet limitatief benoemd. Denk hierbij aan het klassieke buurthuis, de bingo of de sjoelgroep en de maaltijdvoorziening. Maar de tijd staat niet stil. Het is niet meer dan logisch hierbij net zo goed te denken aan een lokale chat groep voor mantelzorgers met een partner met Alzheimer, of de ontwikkeling en het beheer van een appwaarmee lokaal over-en-weer bij elkaar gegeten kan worden. Of een goed communicatieplatform tussen individu-zorgpartijen-netwerk. Dit is allemaal geen hele spannende techniek en wordt op veel plaatsen ook al ingezet.



De nieuwe WMO laat dus alle ruimte aan lokale overheden in het ontwikkelen van beleid en praktijk hoe zij individuen ondersteunen en welke middelen hiervoor zullen worden ingezet. Technologie is hierbij één van de mogelijkheden. 



Meerwaarde inzet technologie

Dit is goed nieuws, want technologie past bij uitstek bij het karakter van de huidige opgave. Het stelt eigen regie voorop en biedt ruimte voor maatwerk. Er zijn veel mogelijkheden om het gebruik aantrekkelijk en laagdrempelig te maken. Het preventief versterken en op peil houden van welzijn en gezondheid zijn daardoor met technologie goed te organiseren.



Voorheen was de beperkte vaardigheid met techniek en de gebruiksonvriendelijkheid nogal eens een belemmering. Ook die drempel is geslecht, nu grote delen van de bevolking (ook 65+!)zijn inmiddels zodanig vertrouwd met technologie dat erop gerekend kan worden dat een grote groep gebruikers enthousiast zal zijn. Sterker nog: technologie heeft in het dagelijks leven een dusdanige plaats dat het onnatuurlijk zou zijn wanneer de nieuwe WMO er niet volop gebruik van zou maken. Dit laat overigens onverlet dat grote groepen nog altijd ‘digibeet’ zijn, maar dit ‘ansich’ is geen reden om technologie als een van de leidende principes voor een nieuwe WMO praktijk door te strepen. Het is wellicht wel goed om aandacht te besteden aan het vaardigere maken van achterstandsgroepen met nieuwe media en techniek.



Kortom: technologie kan van grote betekenis zijn in een eigentijdse ondersteuning van individuen in de zelfredzaamheid en participatie. En het heeft voordelen. Want het sluit aan bij de huidige inrichting van het dagelijks leven. Ook staan eigen regie en zelfbeschikking bij technologie voorop. Daarnaast is het goed inzetbaar om preventief aan de gezondheid te werken. Ook biedt het kansen op besparing doordat efficiënter gewerkt kan worden. Voor de toepassing zijn in het wettelijk kader geen belemmeringen.



Maar de ‘must’ voor integratie gaat nog verder. Want de verwachting is het aantal mogelijkheden de komende jaren fors groeit. Mogelijkheden die veel kansen bieden. We staan nog maar aan het begin van een forse reeks innovaties. Het negeren van technologie in het lokale WMO beleid is daarom simpelweg geen optie. Gemeenten kunnen er dus maar beter op zijn voorbereid!



Hoe staat het ervoor?

Tot dusver lijkt bij veel gemeenten de hoofdrol te zijn toebedeeld aan voortbestaan van de klassieke voorzieningen en aan organisatorische innovaties zoals de sociale wijkteams. De inzet van technologie is vaak niet eens een bijrol toebedeeld.



Dit is de achilleshiel in het WMO beleid. In de uitvoering zullen burgers en professionals namelijk heel vaak gebruik willen maken van technologische voorzieningen. Gemeenten die ondubbelzinnig inzetten op buurthuiswerk maar niet op de rol van socialmedia missen de boot. Idem voor gemeenten die wel een ‘minder validen beugel’ financieren maar niet een valdetector. De afwezigheid van beleid en kaders zal gemeenten opbreken. Want het zorgt dat kwaliteitswinst door een doordachte integrale inzet van technologie minimaal zal zijn.



Ook is een hoop ‘fuzz’ te verwachten omdat kaders wel degelijk nodig zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de benodigde inkoopvaardigheid, de benodigde kennis over informatiebeveiliging (privacy!) en maar ook beheers aspecten. Nieuwe vraagstukken waar gemeenten voor komen te staan. Het gevolg is dat veel kansen op betere en kosten effectiever voorzieningen onbenut blijven. En daar waar ah-hoc technologie wordt toegepast zullen ook vraagstukken over kwaliteit en continuïteit ad-hoc worden opgelost. Dat is een hoop ballast voor de organisatie en komt de kwaliteit van dienstverlening per definitie niet ten goede.



Kortom: het is voor gemeenten een must om visie, beleid en kaders te ontwikkelen op een slimme inzet van technologie in de nieuwe WMO. Mijn pleidooi: Ontwikkel visie, ontwikkel uitvoerbare strategieën en start 2015 met het structureel inbedden van technologie in uw beleid op langer zelfstandig thuis wonen. Draai aan de knoppen voor langer gelukkig thuis!



Wordt vervolgd….

In het vervolg op dit artikel, deel II, ga ik in op de belangrijkste uitdagingen voor de een strategische toepassing van technologie en hoe gebruikers een betere, centralere positie kunnen krijgen. Deel III is vervolgens een analyse waarom de implementatie van technologische innovaties achterblijft en hoe lokale overheden hierop effectief kunnen anticiperen.


Iefje Soetens, juli 2014